gelukspoppetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·luks·pop·pe·tje
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

gelukspoppetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord gelukspop
    • Ik geloof in mezelf, in mezelf en in m’n gelukspoppetje. [1]

Gangbaarheid

Verwijzingen