geeuwden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • geeuw·den

Werkwoord

vervoeging van
geeuwen

geeuwden

  1. meervoud verleden tijd van geeuwen
    • Wij geeuwden. 
    • Jullie geeuwden. 
    • Zij geeuwden.