gebrouilleerd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·brouil·leerd
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘in onmin zijnde’ voor het eerst aangetroffen in 1781 [1]
  • vervoeging van brouilleren: de stam met omvoegsel ge- -d [2]

Werkwoord

vervoeging van
brouilleren

gebrouilleerd

  1. voltooid deelwoord van brouilleren

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
80 % van de Vlamingen.

Verwijzingen