geallieerders

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·al·li·eer·ders

Bijvoeglijk naamwoord

geallieerders

  1. partitief van de vergrotende trap van geallieerd
    • Dat is iets geallieerders...