futures

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • [1] fu·tures
  • [2] fu·tu·res
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

futures mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord future

Gangbaarheid

54 % van de Nederlanders;
48 % van de Vlamingen.