fulminant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ful·mi·nant
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen fulminant fulminanter fulminantst
verbogen fulminante fulminantere fulminantste
partitief fulminants fulminanters -

Bijvoeglijk naamwoord

fulminant

  1. razend of woedend
    • Die fulminante jongen werd door de politie opgepakt. 

Gangbaarheid

56 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be