friske

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Woordafbreking
  • fris·ke
Naar frequentie 3458

Bijvoeglijk naamwoord

friske, g / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van frisk

friske, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van frisk


Noors

Woordafbreking
  • fris·ke
Naar frequentie 4150

Bijvoeglijk naamwoord

friske, m / v / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van frisk

friske, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van frisk


Nynorsk

Woordafbreking
  • fris·ke

Bijvoeglijk naamwoord

friske, m /v / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van frisk

friske, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van frisk