frequents

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fre·quents

Bijvoeglijk naamwoord

frequents

  1. partitief van de stellende trap van frequent


Engels

Werkwoord

frequents

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van (to) frequent