fop
Uiterlijk
- fop
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | fop | foppen |
| verkleinwoord | fopje | fopjes |
| vervoeging van |
|---|
| foppen |
fop
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van foppen
- Ik fop.
- gebiedende wijs van foppen
- Fop!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van foppen
- Fop je?
|
|
- Het woord fop staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "fop" herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 90 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 3
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 97 %
- Prevalentie Vlaanderen 90 %