Naar inhoud springen

flos

Uit WikiWoordenboek
  • flos
enkelvoud meervoud
naamwoord flos flossen
verkleinwoord flosje flosjes

deflosm

  1. tandzijde te gebruiken om de tussenruimtes van tanden en kiezen te reinigen
vervoeging van
flossen

flos

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flossen
    • Ik flos. 
  2. gebiedende wijs van flossen
    • Flos! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flossen
    • Flos je? 
96 %van de Nederlanders;
92 %van de Vlamingen.[3]