fijngevoelig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fijn·ge·voe·lig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen fijngevoelig fijngevoeliger fijngevoeligst
verbogen fijngevoelige fijngevoeligere fijngevoeligste
partitief fijngevoeligs fijngevoeligers -

Bijvoeglijk naamwoord

fijngevoelig

  1. kies maar zeer kwetsbaar
    • Het fijngevoelige en kunstzinnige meisje was snel op haar teentjes getrapt. 
    • Hij deed alsof hij een fijngevoelige kunstliefhebber was, maar eigenlijk was hij maar een lompe boer met teveel geld. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.