ezelt

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ezelt

Werkwoord

vervoeging van
ezelen

ezelt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ezelen
    • Jij ezelt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ezelen
    • Hij ezelt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van ezelen
    • Ezelt! 

Gangbaarheid