explodeerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ex·plo·deer·de

Werkwoord

vervoeging van
exploderen

explodeerde

  1. enkelvoud verleden tijd van exploderen
    • Ik explodeerde. 
    • Jij explodeerde. 
    • Hij, zij, het explodeerde.