equip

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to equip
he/she/it equips
verleden tijd equiped
voltooid
deelwoord
equiped
onvoltooid
deelwoord
equiping
gebiedende wijs equip

Werkwoord

equip

  1. toerusten, uitrusten (van een expeditie, schip e.d.)