enigen
Uiterlijk
- eni·gen
de enigen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord enige
- ▸ Papa praatte over de crisis in de vliegbranche, hij zei: ‘11 september heeft het vliegverkeer veel schade berokkend, hetzelfde geldt voor sars en nu met de kredietcrisis en zo… over de hele linie hebben mensen het moeilijk, wij zijn niet de enigen die eronder lijden.[1]
- ▸ Vooralsnog leken we hier de enigen te zijn.[2]
- Het woord enigen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "enigen" herkend door:
| 90 % | van de Nederlanders; |
| 82 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ Johan Harstad“Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500
- ↑ Cheryl Strayed“Wild : over jezelf verliezen, terugvinden & 1700 kilometer hiken” (2012), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789021803555 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be