enajenase
Uiterlijk
| vervoeging van |
|---|
| enajenar |
enajenase
- aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud verleden tijd (pretérito imperfecto) van enajenar
- aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud verleden tijd (pretérito imperfecto) van enajenar
| vervoeging van |
|---|
| enajenarse |
enajenase
- aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud verleden tijd (pretérito imperfecto) van enajenarse
- aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud verleden tijd (pretérito imperfecto) van enajenarse