elda

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

IJslands

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden tijd voltooid deelwoord
(supinum)
3e pers enk. 1e pers mv.
elda eldaði, elddi eldaðum, elddum eldað; elt
volledig

Werkwoord

elda

  1. koken