dwaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dwaal

Werkwoord

vervoeging van
dwalen

dwaal

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dwalen
    • Ik dwaal. 
  2. gebiedende wijs van dwalen
    • Dwaal! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dwalen
    • Dwaal je? 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be