dualistischers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • du·a·lis·ti·schers

Bijvoeglijk naamwoord

dualistischers

  1. partitief van de vergrotende trap van dualistisch
    • Dat is iets dualistischers...