dorpje
Uiterlijk
- dorp·je
het dorpje o
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord dorp
- ▸ Vorig jaar viel het dorpje Kalapana ten prooi aan de langzaam oprukkende lava, die zich vervolgens sissend en stomend in de oceaan stortte.[1]
- ▸ Verdwalen doe ik niet, want ik hoef maar de diep uitgesleten paden van de koeien te volgen, die lopen van doorgang naar doorgang, tot aan het dorpje Aubrac.[2]
- Het woord dorpje staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ “Nieuws uit de kosmos” (2024), Fontaine Uitgevers
, ISBN 9789464043075 - ↑ “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024582280