doneerden
Uiterlijk
- do·neer·den
| vervoeging van |
|---|
| doneren |
doneerden
- meervoud verleden tijd van doneren
- Wij doneerden.
- Jullie doneerden.
- Zij doneerden.
- Wij doneerden.
- Het woord doneerden staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.