diepgelovigers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • diep·ge·lo·vi·gers

Bijvoeglijk naamwoord

diepgelovigers

  1. partitief van de vergrotende trap van diepgelovig
    • Dat is iets diepgelovigers...