dergelijks

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • der·ge·lijks

Aanwijzend voornaamwoord

dergelijks

  1. partitiefvorm van dergelijk: van dit soort
    • Iets dergelijks wordt altijd wel op prijs gesteld. 

Gangbaarheid