decubitus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·cu·bi·tus
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘het doorliggen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847 [1]

Zelfstandig naamwoord

decubitus

  1. (medisch) doorligwond
Vertalingen

Gangbaarheid

49 % van de Nederlanders;
44 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen