Naar inhoud springen

dart

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dart

Werkwoord

vervoeging van
darren

dart

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van darren
    • Jij dart. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van darren
    • Hij dart. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van darren
    • Dart! 
vervoeging van
darten

dart

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van darten
  2. gebiedende wijs van darten

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
73 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be