dart

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dart

Werkwoord

vervoeging van
darren

dart

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van darren
    • Jij dart. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van darren
    • Hij dart. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van darren
    • Dart! 
vervoeging van
darten

dart

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van darten
  2. gebiedende wijs van darten

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
76 % van de Vlamingen.