daken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • da·ken

Zelfstandig naamwoord

daken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord dak

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.