daalde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • daal·de

Werkwoord

vervoeging van
dalen

daalde

  1. enkelvoud verleden tijd van dalen
    • Ik daalde. 
    • Jij daalde. 
    • Hij, zij, het daalde.