Naar inhoud springen

déballonner

Uit WikiWoordenboek
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
déballonner
déballonnais
déballonné
eerste groep volledig

se déballonner

  1. wederkerend (spreektaal) de moed verliezen, afhaken
    «Thierry voulait accoster une super meuf à la soirée, mais il s’est déballonné quand elle l’a regardé droit dans les yeux.»
    Thierry wilde die avond een te gekke meid aanspreken, maar hij haakte af toen ze hem recht in de ogen keek. [1]