contigu

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·ti·gu
stellend
onverbogen contigu
verbogen contigue
partitief contigu's

Bijvoeglijk naamwoord

contigu

  1. een ruimtelijke of tijdsgebonden correlatie hebbend
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

15 % van de Nederlanders
31 % van de Vlamingen.