cameraploegjes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·me·ra·ploeg·jes

Zelfstandig naamwoord

cameraploegjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord cameraploeg