Naar inhoud springen

bubbelt

Uit WikiWoordenboek
  • bub·belt
vervoeging van
bubbelen

bubbelt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bubbelen
    • Jij bubbelt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bubbelen
    • Hij bubbelt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van bubbelen
    • Bubbelt! 
96 %van de Nederlanders;
92 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be