braunhaarig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • braun·haa·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
braunhaarig
braunhaariger
am braunhaarigsten
alle verbuigingsvormen

Bijvoeglijk naamwoord

braunhaarig

  1. bruinharig
    «Mein Mann und ich sind braunhaarig, unsere Haut bräunt sich schnell.»
    Mijn man en ik zijn bruinharig, en hebben snel een tint.
Verwante begrippen