borduur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bor·duur

Werkwoord

vervoeging van
borduren

borduur

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van borduren
    • Ik borduur. 
  2. gebiedende wijs van borduren
    • Borduur! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van borduren
    • Borduur je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.