boezempje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boe·zem·pje
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

boezempje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord boezem