blokkeerde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blok·keer·de

Werkwoord

vervoeging van
blokkeren

blokkeerde

  1. enkelvoud verleden tijd van blokkeren
    • Ik blokkeerde. 
    • Jij blokkeerde. 
    • Hij, zij, het blokkeerde.