blindeerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blin·deer·de

Werkwoord

vervoeging van
blinderen

blindeerde

  1. enkelvoud verleden tijd van blinderen
    • Ik blindeerde. 
    • Jij blindeerde. 
    • Hij, zij, het blindeerde.