blies

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blies

Werkwoord

vervoeging van
blazen

blies

  1. enkelvoud verleden tijd van blazen
    • Ik blies. 
    • Jij blies. 
    • Hij, zij, het blies. 

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.