binnenlandsers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bin·nen·land·sers

Bijvoeglijk naamwoord

binnenlandsers

  1. partitief van de vergrotende trap van binnenlands
    • Dat is iets binnenlandsers...