bijtgraag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bijt·graag
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bijtgraag bijtgrager bijtgraagst
verbogen bijtgrage bijtgragere bijtgraagste
partitief bijtgraags bijtgragers -

Bijvoeglijk naamwoord

bijtgraag

  1. geneigd tot bijten
    • „De meeste rassen zullen nooit bijten. En als ze bijten is het leed te overzien. De schade die een pitbull-achtige hond teweegbrengt is vele malen erger. Daarbij komt dat pitbull-achtigen bijtgraag en agressief kunnen zijn. Een muilkorfplicht bij dat soort honden zal ik toejuichen.” [1] 
    • Na het incident plaatste Nakita en foto’s van haar gewonde paard op Facebook in een poging de bijtgrage blaffer en zijn baasje op te sporen om het „netjes af te sluiten.” „Zoiets kan natuurlijk gebeuren, maar een excuus was wel op zijn plaats geweest”, aldus Nakita. [2] 
    • De Rotterdamse wijk Hillegersberg wordt geterroriseerd door een nieuw soort mier. Het zogeheten draaigatje uit Zuid-Europa ondergraaft trottoirs en is bijtgraag. De gemeente bestrijdt het insect met gels en korrels, maar mede door de vele regenval heeft dit nog niet het gewenste effect gehad. [3] 

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. De Telegraaf 30 aug. 2016 ’Muilkorf alle pitbulls’
  2. De Telegraaf 31 jan. 2017 Hond bijt paard in Amsterdamse bos
  3. De Telegraaf 27 jul. 2017 Bijtgrage mier terroristeert Rotterdamse wijk