bevuilde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vuil·de

Werkwoord

vervoeging van
bevuilen

bevuilde

  1. enkelvoud verleden tijd van bevuilen
    • Ik bevuilde. 
    • Jij bevuilde. 
    • Hij, zij, het bevuilde. 
  2. verbogen vorm van bevuild, voltooid deelwoord van bevuilen