bevroor

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vroor

Werkwoord

vervoeging van
bevriezen

bevroor

  1. enkelvoud verleden tijd van bevriezen
    • Ik bevroor. 
    • Jij bevroor. 
    • Hij, zij, het bevroor.