bestond

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·stond

Werkwoord

vervoeging van
bestaan

bestond

  1. enkelvoud verleden tijd van bestaan
    • Ik bestond. 
    • Jij bestond. 
    • Hij, zij, het bestond.