besloegen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·sloe·gen

Werkwoord

vervoeging van
beslaan

besloegen

  1. meervoud verleden tijd van beslaan
    • Wij besloegen. 
    • Jullie besloegen. 
    • Zij besloegen.