beschavinkje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·scha·vin·kje
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

beschavinkje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord beschaving