besøger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Woordafbreking
  • be·sø·ger
Woordherkomst en -opbouw
  • Deense werkwoordsvorm met het voorvoegsel be-
Naar frequentie 3296

Werkwoord

besøger

  1. tegenwoordige tijd van besøge