berettige

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ret·ti·ge
Woordherkomst en -opbouw
  • Gevormd naar het Duitse werkwoord berechtigen
  • Deens werkwoord met het voorvoegsel be-
Naar frequentie 73043
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
berettige
berettiger
berettigede
berettiget
volledig

Werkwoord

berettige

  1. overgankelijk het recht tot iets geven, bevoegd maken
  2. overgankelijk goedpraten, rechtvaardigen
Synoniemen
Afgeleide begrippen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ret·ti·ge
Woordherkomst en -opbouw
  • Gevormd naar het Duitse werkwoord berechtigen
  • Noors werkwoord met het voorvoegsel be-
Naar frequentie 74649
vervoeging
onbepaalde wijs berettige
tegenwoordige tijd berettiger
verleden tijd berettiga
berettiget
voltooid
deelwoord
berettiga
berettiget
onvoltooid
deelwoord
berettigende
lijdende vorm berettiges
gebiedende wijs berettig
vervoegingsklasse Klasse 1 zwak
opmerking

Werkwoord

berettige

  1. overgankelijk het recht tot iets geven, bevoegd maken
  2. overgankelijk goedpraten, rechtvaardigen
Synoniemen
Afgeleide begrippen