behoedde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·hoed·de

Werkwoord

vervoeging van
behoeden

behoedde

  1. enkelvoud verleden tijd van behoeden
    • Ik behoedde. 
    • Jij behoedde. 
    • Hij, zij, het behoedde.