begrootten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·groot·ten

Werkwoord

vervoeging van
begroten

begrootten

  1. meervoud verleden tijd van begroten
    • Wij begrootten. 
    • Jullie begrootten. 
    • Zij begrootten.