begrijpelijkers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·grij·pe·lij·kers

Bijvoeglijk naamwoord

begrijpelijkers

  1. partitief van de vergrotende trap van begrijpelijk
    • Dat is iets begrijpelijkers...