Naar inhoud springen

bedrogen

Uit WikiWoordenboek
  • be·dro·gen
vervoeging van
bedriegen

bedrogen

  1. meervoud verleden tijd van bedriegen
    • Wij bedrogen. 
    • Jullie bedrogen. 
    • Zij bedrogen. 
  2. voltooid deelwoord van bedriegen
     We gaan naar het politiebureaul'Die ochtend werd op het politiebureau het gerucht verspreid van het echtelijke schandaal en algauw kon men het nergens anders over hebben dan over de taxichauffeur die zijn vrouw had bedrogen en een kind had verwekt bij een andere vrouw.[1]
     Hij heeft me bedrogen, Chantal! Die smeerlap heeft me bedrogen met zijn secretaresse.[2]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]